Overslaan naar inhoud

Sociaal Nieuws



Is je pensioen in gevaar?

De zomer kwam en ging en wat ons bijbleef wat het woord ‘zomerakkoord’. Maar wat betekent deze regeling voor jou en mij? En nog meer welke impact zal het hebben op je pensioen? We zochten het voor je uit. (bron: div. kranten, Site overheid)

 

Ofschoon nog niet alles in detail duidelijk was, is er één zaak die zeker is. Wie in 2025 (moet zich wel haasten), nog met pensioen wil gaan, zal dit kunnen volgens de bestaande regels. Het zomerakkoord heeft geen gevolgen voor wie in 2025 met pensioen gaat. Het doel van de grondige hervorming is een harmonisatie van de wettelijke pensioenen, de werknemers, de ambtenaren en de zelfstandigen maar ook de betaalbaarheid van de pensioenen staat voorop. Iedereen zal langer moeten werken om de pensioenkosten te doen dalen. De huidige pensioenleeftijd ligt op 66 jaar en in 2030 wordt dat 67 jaar. De tendens is dat wie vroeger dan de wettelijke pensioenleeftijd wenst te stoppen, minder zal krijgen. Daarentegen, wie langer wenst te werken, zal meer pensioen krijgen. Voor de inlevering wordt ook naar de ambtenaren gekeken. Zo kunnen de statutaire ambtenaren in de toekomst niet eerder met vervroegd pensioen gaan dan werknemers, zelfstandigen of contractuele ambtenaren. Zo kan deze categorie niet langer op basis van 40 loopbaanjaren, maar op basis van 42 loopbaanjaren, vervroegd op pensioen. Dit geldt vanaf 2027. Ook zullen de ambtenarenpensioenen berekend worden op het loon van de laatste 45 jaar en niet meer zoals tot op heden, op basis van de laatste 10 jaar. Hiervoor is er wel een overgangsperiode voorzien tot 2062. De zogenaamde duurdere ambtenarenpensioenen gaan er op termijn uit. Verworven rechten blijven echter bestaan. Geleidelijk aan worden de lage pensioenleeftijden (55 jaar voor sommigen bij de NMBS en 56 jaar voor militairen) opgetrokken tot de pensioenleeftijd die voor iedereen geldt namelijk 66 en 67 jaar vanaf 2029. De speciale ambtenarenstelsels waarbij je na 36 jaar al een volledig pensioen opbouwt, gaan eruit. In de toekomst zal iedereen 45 jaar moeten gewerkt hebben. Er zijn uitzonderingen voor het onderwijs (behalve hoger onderwijs), actieve diensten zoals luchtverkeersleiders en loodsen, politie en brandweer. Zij kunnen nog altijd tot een jaar eerder op vervroegd pensioen gaan dan andere werkenden.

Er wordt gewerkt met een bonus-malussysteem. Wie langer werkt nadat de wettelijke pensioenleeftijd is bereikt, krijgt per jaar 2 procent meer pensioen. Voor wie in 2030 de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, wordt dit zelfs opgetrokken naar 4 procent en voor wie in 2035 pensioengerechtigd is en langer wenst te werken gaat dit naar 5 procent per jaar. Concreet betekent dit dat er een bonustarief van 2 procent per jaar voorzien wordt voor wie in 1963 of vroeger geboren is, het tarief van 4 procent voor wie geboren is tussen 1964 en 1972 en 5 procent voor al wie na 1972 het levenslicht zag.

Omgekeerd geldt ook: wil je vervroegd op pensioen dan moet je minstens 42 dienstjaren achter de rug hebben en daarvan moeten minstens 35 jaren, halftijdse gewerkte jaren zijn. De malus bedraagt 0 procent voor wie geboren is in 1960 of vroeger, 2 procent voor wie geboren is tussen 1961 en 1965, 4 procent voor wie geboren is tussen 1966 en 1974 en 5 procent voor wie geboren is in 1975 of later.

Voor de langdurige ziekteperiodes (meer dan 4 weken ziek) blijven dezelfde regels als voor de gewerkte jaren voor de berekening van je pensioen. Voor gewone ziektedagen geldt dit niet. Ook de periodes van zorgverlof en tijdelijke werkloosheid gelden als gelijkgestelde periodes voor de berekening van het pensioen. Ook moederschapsverlof en militaire dienst worden beschouwd als gelijkgestelde dagen.

Vanaf 2027 is er een wijziging i.v.m. de gelijkstelling. Gelijkgestelde periodes die meer dan 40 procent van de loopbaan uitmaken, worden vanaf 1 januari 2027 niet meer meegeteld. Die grens van 40% daalt elk jaar daarna met 5% tot 20 procent in 2030. Het gaat hier over gelijkgestelde periodes voor brugpensioen, langdurige werkloosheid en landingsbanen. Ook wie na zijn pensioen nog aan de slag is, zal vanaf 2026 maximaal 33 procent belastingen betalen in plaats van de progressieve tarieven tot 50 procent die gelden tot eind 2025. 

Het is nu enkel nog wachten op de teksten van het regeerakkoord...maar er wordt er nog stevig onderhandeld door het kernkabinet.