Overslaan naar inhoud



RIZIV-nieuws oktober 2025

Remgeld

Thuisverpleging niet langer ‘gratis’. Nu het Wit-Gele Kruis in Limburg, Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant de knoop hebben doorgehakt om remgeld te vragen bij de patiënten, gaan ook heel wat zelfstandige thuisverpleegkundigen mee in het verhaal. De onderfinanciering van de sector maakt dat deze keuze een noodzaak werd.

 

In feite begon het verhaal van het niet-aanrekenen van remgeld bij het Wit-Gele Kruis in Limburg. Jaren geleden waren zij het die met het plan kwamen om tegen ‘ziekenkastarief’ te werken en geen extra bijdrage te vragen aan de patiënten. De meeste zelfstandige thuisverpleegkundigen hebben deze lijn gevolgd, aanvankelijk om concurrentieel te zijn maar ook ten gunste van de patiënt. Heel wat patiënten die thuisverpleging nodig hebben, hebben niet de financiële mogelijkheden om remgeld te betalen. Met de komst van de maximumfactuur werd (deels) aan dit probleem verholpen. Nochtans hebben de zelfstandige thuisverpleegkundigen zolang mogelijk geprobeerd om  het verplichten van remgeld tegen te houden. Gezien echter het budget voor de thuisverpleging niet stijgt met de vraag en tevens omwille van het feit dat de nood aan thuisverpleegkundigen steeds groter wordt (de vraag stijgt ook), wordt het beroep van thuisverpleegkundige, een onderbetaald beroep. Bovendien zijn de werkomstandigheden (denken we maar aan het inlezen van de e ID-kaart, het verpleegdossier, ..) veranderd. Ondanks het tekort – we mogen spreken van een zorginfarct – blijft de begroting wat ze was en worden er geen extra gelden voorzien. Heel wat zelfstandige thuisverpleegkundigen geven er dan ook de brui aan.

Het vragen van remgeld is niet nieuw. Remgeld is het deel van de prestatie die door de patiënt dient betaald te worden en dat niet terugbetaald wordt door de mutualiteit. Het bedrag van remgeld is afhankelijk van het sociale statuut en van de soort zorg en de frequentie van de zorg die de patiënt krijgt.  In de Rizivregelgeving is dit vrijwel altijd voorzien geweest. In de Franstalige regio’s was dit ook al eerder een feit. Daar werden de financiële tekorten sterker aangevoeld omdat o.a. de afstanden van de verplaatsingen groter zijn.

De geschiedenis van ‘gratis’ zorg loopt op zijn einde. In vrijwel elke gezondheidssector wordt remgeld gevraagd. Enkel in de thuisverpleging was dit not done. Nu het aankloppen bij de overheid niet helpt om het budget te herzien, dient er ingegrepen te worden. Minister Vandenbroucke werkt aan een nieuwe financieringsmethode die erop gericht is om beter in te pikken op de reële zorgbehoeften van de patiënten en om de zelfredzaamheid van de patiënten te stimuleren. De praktijkfinanciering, waarbij niet langer op individuele handelingen wordt ingezet, maar op een model waarbij de thuisverpleegkundigen vergoed worden op basis van de tijd die ze effectief aan de zorg besteden, is er nog niet. Bovendien worden er van de thuisverpleegkundigen meer inspanningen gevraagd. De zorg die de thuisverpleegkundigen moeten leveren, worden steeds complexer en technischer. De ziekenhuizen laten patiënten sneller naar huis gaan en daardoor hebben deze patiënten andere noden en zwaardere zorgen nodig. Voor deze specifieke behandelingen is er geen extra vergoeding voorzien. De vergrijzing maakt ook dat er meer en meer werk zal zijn voor de thuisverpleegkundigen. Heel wat patiënten zullen dus ook beroep moeten doen op mantelzorgers of gezinszorg. Enkel de specifieke taken voor de thuisverpleging zouden in de sector moeten blijven. Het is niet de bedoeling dat patiënten die nood hebben aan thuisverpleging, geen thuisverpleging meer zouden vragen omwille van het remgeld. De thuisverpleegkundige kan nog altijd zelf beslissen of ze bij een patiënt remgeld aanrekent of niet. Voor wie uit de boot valt (bijvoorbeeld niet in aanmerking komt voor de maximumfactuur) kan een uitzondering gevraagd worden.  Er zijn organisaties die niet meegaan in het remgeldverhaal, zoals I-mens. Nochtans zal ieder van ons zijn deel moeten doen om de gezondheidszorg betaalbaar te houden.

Het innen van remgeld vraagt wel een transparante en duidelijke aanpak van de thuisverpleegkundige. Dit betekent dat de thuisverpleegkundige bij aanvang van de zorg, niet enkel de nodige formulieren dient te laten ondertekenen, maar ook de tabel van de remgelden zal moeten toelichten. Op het einde van de maand zal er telkens afgerekend moeten worden.

Wil je meer of beter geïnformeerd worden, kom naar onze bijscholing op maandag 17/11/2025 (live =VOLZET) of donderdag 27/11 (online) of donderdag 11/12/2025 (live), van 14u-16u.


Begrotingstekort

Ook de zelfstandige thuisverpleegkundigen moeten het begrotingstekort helpen verminderen


Ondanks de ‘onderschrijding van het budget’ zullen de thuisverpleegkundigen uit solidariteit met de rest van de gezondheidswerkers, een besparing opgelegd krijgen van 14 miljoen euro. Hoe zal dit concreet gebeuren?

De vergoeding van de Palliatieve Forfaits (PF) worden vanaf 1 januari 2026 met 25% verminderd. Concreet betekent dit dat de Palliatieve Forfait bij overschrijding van het dagplafond (PP) van 62,32 euro naar 46,74 euro gaat tijdens de weekdagen en van 93,04 euro naar 69,78 euro in het weekend en op feestdagen. Voor de Palliatieve Forfait bij honorarium per akte (PN) betekent dit een daling, van 37,60 euro naar 28,20 euro tijdens de week en van 56,57 euro naar 42,43 euro op weekend- en feestdagen. Gezien er vanaf 1 januari 2026 een lineaire indexering is van 2,72 %, zal dit ook op deze tarieven toegepast worden. De tabel met de tarieven geldig vanaf 1 januari 2026 zal weldra beschikbaar zijn op de site van VP–Service.


Administratie

De administratieve verplichtingen nemen af.


Er waren al heel wat handelingen die niet langer een voorschrift van een arts vereisten. Het betreft B1-handelingen die autonoom door de verpleegkundigen kunnen uitgevoerd worden. Voor de B2-handelingen is er nog steeds een voorschrift van een arts nodig. Door vanaf 1 november 2025 een aantal B2- handelingen naar B1, te verschuiven, zullen de administratieve verplichtingen voor de zelfstandige thuisverpleegkundigen verminderen.

Wil je meer weten over welke prestaties vanaf 1 november 2025 niet langer een voorschrift van een arts vereisen, neem een kijk op onze site www.vpplus.be (onder je persoonlijk account/documenten).

Deze wijziging van de voorschriftenplicht komt er omdat;

·         op die manier de administratieve lasten voor de thuisverpleegkundigen (maar ook voor de artsen) dalen. Tijd die men dient te besteden aan het opvragen van ​voorschriften, kan nu gebruikt worden voor de zorgverlening. De dagelijkse rompslomp wordt afgebouwd. Patiënten moeten niet langer nodeloos naar de arts voor een voorschrift. In tijden van personeelstekort is dit zeker een degelijk argument.

·         de zelfstandige thuisverpleegkundigen meer autonomie krijgen. Hierdoor ontstaat een efficiëntere workflow en kan de thuisverpleegkundige sneller reageren op de noden, zonder een omweg langs de huisarts.

·         een bredere toegankelijkheid ontstaat voor de patiënten. Wanneer de thuisverpleegkundige een bepaalde handeling kan uitvoeren zonder eerst een arts-voorschrift te regelen, kan de zorg vlotter en zonder onnodige wachttijd georganiseerd worden. Dat zal een aantal patiënten aanzetten om een thuisverpleegkundige te consulteren en niet naar spoed of naar de huisarts te gaan. Ook voor de arts – patiëntenrelatie is dit een gunstig iets. Op deze manier moet de arts zich minder bezig houden met routinematige voorschriften en kan hij of zij zich concentreren op complexere zaken.