RIZIV nieuws april 2026
Er zijn controles en er zijn controles
De zelfstandige thuisverpleegkundigen worden sedert
begin dit jaar meer dan voorheen geconfronteerd met controles van de
mutualiteiten. Vooral de christelijke mutualiteiten voeren hun controles op. Er
is weinig ruimte om het patiëntendossier te verdedigen. Afscoringen zijn dus
slag en inslag. Daarbij gaan de mutualiteiten ook niet vrijuit. Enerzijds
verdedigen zij de belangen van de patiënten en anderzijds controleren ze de
zorgverstrekkers (al dan niet bij dezelfde mutualiteit aangesloten). Hierbij
gaat het vaak niet om fraude-opsporing maar om voldoende dossiers te verwerpen
zodat zij beter beoordeeld worden. De thuisverpleegkundigen hebben
mogelijkheden om zich te verdedigen maar deze zijn energie- en tijdrovend. Er
is duidelijk nood aan een aangepaste regelgeving, financiering en controle. In
onderstaande teksten verduidelijken we a.h.v. een aantal voorbeelden.
We
stellen vast dat er de laatste weken opmerkelijk meer controles zijn die
uitgevoerd worden door de mutualiteiten bij de patiënten van zelfstandige
thuisverpleegkundigen. Blijkbaar kregen de mutualiteiten de opdracht om de
controles in 2026 op te drijven tot het dubbel aantal van het vorig jaar. De
persberichten en de daaruit volgende vraagstellingen gericht aan de minister
van volksgezondheid, zullen onrechtstreeks invloed hebben gehad. Op zich zijn
controles een goede zaak, maar de vraag is of dit tot een betere kwaliteit van
de zorg leidt? Anderzijds blijft er een
ongemakkelijk gevoel dat de organisaties die zelf belanghebbende partij zijn,
controles mogen uitvoeren. We hebben geen exacte cijfers maar uit de verhalen
van zelfstandige thuisverpleegkundigen blijkt dat regelmatig patiënten van een andere
mutualiteit dan de thuisverpleegkundige (of dienst) in kwestie meer geviseerd
worden of waarvan de scores gewijzigd worden dan bij patiënten van de ‘eigen’
mutualiteit. Of worden patiënten van de CM meer of minder gecontroleerd wanneer
er een thuisverpleegkundige van het WGK komt of een zelfstandige
thuisverpleegkundige die zelf lid is van bv. Helan? Een bedenking! Uit de
vragen en meldingen die we krijgen van zelfstandige thuisverpleegkundigen, is
vooral de christelijke mutualiteit heel actief in het herzien van prestaties en
zijn ze nauwelijks bereid om naar het verhaal van de thuisverpleegkundige te
luisteren. Zelfs stavingen van de situatie zoals aangegeven door de
verpleegkundige die door de huisarts werden opgesteld, worden vaak genegeerd.
“De cijfers lijken belangrijker dan de zorg voor de patiënt.”
Daarenboven zijn er de bezoeken van de maatschappelijk assistenten van de mutualiteiten bij patiënten van dezelfde mutualiteit die stimuleren om een mantelzorgpremie aan te vragen en ook de Katzscores te verhogen. Deze verhalen bereiken ons ook regelmatig. Maar ook mogen medisch adviseurs van mutualiteit A patiënten van mutualiteit B gaan controleren, zij het op vraag van het Riziv.
Zoals eerder gemeld, zo nu en dan een controle van de prestaties en de aanvragen, is een must maar de manier waarop is niet altijd even koosjer. Er zou sowieso meer transparantie moeten zijn. Vaak worden forfait B – patiënten herleid tot T2 -zorgen. Ook komt een controleur bijtijds tot de conclusie dat de zorg die verstrekt wordt niet noodzakelijk is en dat de patiënt ‘zijn plan kan trekken’. Hierbij volgt zelden een grondige of proportionele motivering. De vraag is hoe een controleur die éénmaal langsgaat de zorgnood kan inschatten. De zorgnood gedurende de dag, de week, is anders dan een vraaggesprek van een uur waarbij de patiënt zich vaak beter wenst voor te doen dan de realiteit. Wie wil toegeven dat hij/zij incontinent is of iets niet meer kan. De Katzscore is geen administratieve formaliteit. Er zit zoveel ervaring en kennis achter de score. Het dossier licht bijkomende informatie toe, maar geeft ook niet altijd een totaalbeeld. De controle gebeurt vaak zonder dat de thuisverpleegkundige aanwezig is. De patiënt en/of naasten geven een uitleg, maar zonder weerwoord van de verpleegkundige. De thuisverpleegkundige zou sowieso gehoord moeten worden. Ook de huisdokter kan ingeschakeld worden, want hij of zij raadt vaak een thuisverpleegkundige aan. Hoe vaak horen we niet :’de dokter zegt dat ge elke dag moet langskomen’. Als dan achteraf blijkt dat de thuisverpleegkundige op basis van de Katzscore slechts 2 maal per week mag langsgaan, is de patiënt teleurgesteld en begrijpt hij/zij de situatie niet.
"Zorgverlener krijgt zelden kans tot weerwoord..."
Ook in instellingen waar zelfstandige thuisverpleegkundigen prestaties verrichten, gebeuren er controles van de mutualiteiten. Ook hier weer is het een goede zaak dat de prestaties en de scores gecontroleerd worden. Gezien het vaak om personen met een mentale/fysieke beperking gaat, wordt het leefgroeppersoneel ingeschakeld om de scores mee te bepalen. Bij een zelfstandige verpleegpraktijk werden na een dergelijke controle, 12 van de 17 patiënten afgescoord. Zo werden 4 forfait B – patiënten herleid naar een T7-score. De verantwoordelijke verpleegkundige van de groep heeft een aangetekend schrijven gericht aan de adviserende dienst om in verweer te gaan. Hierbij werd ook een medisch en pedagogisch verslag van de arts en pedagoog van de instelling gevoegd die de scores van de thuisverpleegkundigen verrechtvaardigen. Nochtans was het antwoord: er wordt niets gewijzigd en de resultaten volgens de controle blijven. Discussies over de interpretaties in de Katzscore blijven. Zo is ‘verplaatsen’ volgens de controleurs ‘kunnen stappen’ maar patiënten die owv een mentale beperking zich niet alleen kunnen verplaatsen, en wel degelijk begeleiding nodig hebben, kunnen nooit een forfait A of meer scoren terwijl de verpleegkundige de patiënt wel moet helpen verplaatsen. Hetzelfde geldt voor ‘eten’, ‘aankleden’, .. Het wordt hoog tijd dat men andere normen gebruikt die het voor de patiënt en voor de thuisverpleegkundige duidelijk maken wat kan en wat niet kan. Een zelfstandige thuisverpleegkundige meldt ons dat een patiënt afgescoord werd van forfait C naar forfait A. Deze patiënte zit in een rolstoel is incontinent en kan vrijwel niets zelfstandig. Ook hier is de spreidstand groot. We krijgen de indruk dat er vooral dient afgescoord te worden; deze cijfers tellen bij de mutualiteiten, niet of de patiënt geholpen wordt of niet. Als zelfs verklaringen van dokters of specialisten niet meer helpen om de zorgnood te motiveren, wat kunnen we dan doen? Een oplossing zou kunnen zijn dat de thuisverpleegkundige de thuissituatie en de zorgnood filmt en dat we deze filmfragmenten aan minister Vandenbroucke bezorgen. Zou dit een blikopener kunnen zijn voor wat er zich in de thuissituatie van heel wat gezinnen afspeelt?
We geven nog even mee dat de thuisverpleegkundigen ook rechten hebben en dat ze zich zeker moeten weren wanneer ze vinden dat de afscoring onrechtvaardig is. Zorg dat je dossier voldoende informatie bevat waaruit de situatie van de patiënt blijkt.
“Meer transparantie en duidelijke normen zijn dringend nodig.”
Wat kan je als thuisverpleegkundige ondernemen?
- Je kan als thuisverpleegkundige binnen de 10 dagen een verklaring van jezelf, samen met de inhoud van het dossier en een verklaring van de behandelende arts, aangetekend naar de medisch adviseur die de controle deed, versturen. De medisch adviseur heeft 30 dagen de tijd om te reageren.
- Je kan als thuisverpleegkundige een bezoek aanvragen waarbij je samen met de medisch adviseur bij de patiënt langsgaat om zo de functionele beperkingen toe te lichten (is niet altijd eenvoudig op papier), om de cognitieve problemen die er zijn (in het dossier genoteerd) te verduidelijken a.h.v. de praktijk, om de thuissituatie aan de lijve te ondervinden om zo een correcte beoordeling op te stellen.
- Het bezoek kan je best stofferen met een schriftelijke motivatie, een extra verpleegkundig verslag, en/of een ondersteunend attest van de huisarts of specialist.
Wanneer de patiënt (of naasten) niet akkoord gaat met de afscoring (want de vergoeding is het recht van de patiënt) kan de patiënt beroep instellen bij de arbeidsrechtbank. Deze laatste mogelijkheid is er maar zal in de praktijk zelden worden toegepast. Een patiënt heeft wel andere zorgen aan zijn hoofd dan nog een bijkomende rechtzaak!
Nieuwe initiatieven rond controles
Sedert geruime tijd dienen thuisverpleegkundigen bij elk patiëntenbezoek de e ID-kaart in te lezen. In de wetgeving was voorzien dat dit in 90% van de gevallen diende te gebeuren. Tot op heden werden hiervoor nog geen sancties toegepast indien de 90% niet gehaald werd. Maar er komt verandering..
Vanaf 1 januari 2027 zal de facturatie geblokkeerd worden op facturatieniveau wanneer voorlopig de 90% registratie niet gehaald wordt in de facturatiepraktijk. Concreet betekent dit dat als bv. één verpleegkundige van de groep het nalaat om nauwkeurig te registreren, dan haalt dit het gemiddelde van de groep naar beneden en bestaat de mogelijkheid dat de 90% niet gehaald wordt, waardoor de facturatie van de hele groep geweigerd wordt. In de loop van 2026 worden al een aantal fases voorbereid. Zo zullen de verzekeringsinstellingen in het laatste kwartaal van 2026 waarschuwingen sturen aan thuisverpleegkundigen die de 90% niet halen. Zowel in de maanden oktober als november zullen de verzekeringsinstellingen de cijfers inzake het percentage van manuele invoeringen (van de maanden juli en augustus 2026) bekendmaken. In december zal het Riziv alle thuisverpleegkundigen mailen om te wijzen op de verplichting van de 90% registratie en de mogelijke sancties die volgen. Vanaf februari 2027 starten hierop controles door de verzekeringsinstellingen.
Men heeft vastgesteld dat wat de overschrijding van de 40.000 W-waarde (komt neer op een 235.200 euro) betreft, er in 2024, 254 thuisverpleegkundigen die deze drempel overschreden hebben. Hier wil men een mouw aan aanpassen. Vanaf de facturatiemaand april 2026 zal er op het niveau van de verzekeringsinstellingen, een W-teller actief zijn per facturerende zorgverstrekker. Is de 40.000 W-waarde bereikt, dan wordt de uitbetaling geblokkeerd. Deze blokkering wordt enkel na een correcte verantwoording opgeheven. Deze regel zou enkel gelden voor de zelfstandigen. Of er iets gelijkaardigs komt voor de loontrekkenden is nog onduidelijk.
Wat de controles (zie ook hierboven) m.b.t. de Katz-scores betreft, is er sedert 1 januari 2026 opdracht gegeven aan de mutualiteiten om het aantal controles te verdubbelen t.a.v. 2025. Ondanks het feit dat de Katz-schaal geen werkbaar instrument meer is in de huidige tijd (omdat er weinig rekening gehouden wordt met de situatie van de patiënt) blijft deze schaal behouden en blijven de discussies rond de interpretaties ervan.
Wat als de basisverpleegkundigen op het toneel verschijnen?
Vanaf eind juni studeren de eerste basisverpleegkundigen af. Maar hoe worden zij geïntegreerd in een thuisverplegingspraktijk? Wie mag welke taken uitvoeren? Heel wat vragen blijven onbeantwoord. Enkel op de aanpassing van artikel 8 i.v.m. de integratie van een basisverpleegkundige in een praktijk, kwam men tot de conclusie dat een basisverpleegkundige enkel kan meedraaien als er minstens twee VVAZ (Verpleegkundige verantwoordelijk voor de algemene zorg) aanwezig zijn in de praktijk. De verzekeringsinstellingen stelden drie VVAZ als voorwaarde, maar dit voorstel heeft het uiteindelijk niet gehaald. Een basisverpleegkundige mag een nieuwe zorg opstarten maar de voorwaarde is wel dat er binnen de 5 dagen een VVAZ langsgaat bij de patiënt en een verzorging op zich neemt en indien nodig het zorgplan bijstelt.
Een praktijk met twee VVAZ en één basisverpleegkundige kan maar de VVAZ dient binnen de 5 dagen een zorg uit te voeren die door de basisverpleegkundige werd opgestart. Deze regel is duidelijk en gestemd. Op de antwoorden over de verdere praktische vragen rond de integratie van een basisverpleegkundige, is het nog wachten.
Als de ligduur in het ziekenhuis verkort...
Al geruime tijd worden patiënten in het ziekenhuis (o.a. naar aanleiding van besparingen in deze sector) sneller naar huis gestuurd. Er werden diverse zorgtrajecten ontworpen om deze terugkeer te begeleiden zodat de veiligheid van de patiënt niet in gevaar komt. Tevens schuift de zorg in een sneller tempo door naar de thuisverpleging en mantelzorgers. Dit betekent dat zij meer te maken krijgen met complexere zorgvragen. Bovendien is de thuissituatie van niet elke patiënt aangepast om thuis verzorgd te worden na een kort ziekenhuisverblijf. Ook van mantelzorgers wordt sneller meer verantwoordelijkheid gevraagd. De zorg verschuift. Efficiëntie in het ziekenhuis is een schakel in een breder zorgcontinuüm. Belangrijk is dat de zorgen goed op elkaar afgesteld zijn. Tevens dient de communicatie duidelijk en transparant en vlot te verlopen. Ook de verantwoordelijkheid is een gedeelde verantwoordelijkheid. Een vlot ontslag in het ziekenhuis is enkel vlot als de zorgen efficiënt en goed verdergezet worden in de thuisverpleging. Gebeurt dit niet, dan zijn we terug bij af en dient de patiënt terug opgenomen te worden. Voor de thuisverpleegkundigen is het vaak een hele klus om ervoor te zorgen dat de patiënt thuis goed verzorgd kan worden. Het is vaak de thuisverpleegkundige die instaat voor de uitrusting en de materialen die nodig zijn voor een haalbare, efficiënte, kwalitatieve opvang thuis. VP-Service ondersteunt hierbij de thuisverpleegkundigen en de patiënten. Diverse materialen worden verhuurd en verkocht. Neem een kijkje op de webshop www.vpplus.be of kom even langs VP-Service Roeselstraat 5, 3511 Hasselt.