RIZIV nieuws december 2025
Wat mogen we verwachten in het nieuwe jaar?
Medio december werd de lineaire verhoging van de tarieven in de thuisverpleging goedgekeurd. Dit betekent dat er een verhoging is van 2,72%. De tarieven werden inmiddels op de site van het Riziv gepubliceerd en zijn ook op onze website terug te vinden www.vpplus.be. Maar er is meer.
Er was de laatste tijd heel wat te doen rond de terugvorderingen van de mutualiteiten bij blaassondages in het traject autosondage. In de praktijk blijken patiënten toch nog regelmatig beroep te doen op een thuisverpleegkundige – dit zou strijdig zijn met het traject autosondage. De patiënt is vaak onzeker; de sondage lukt niet altijd; het gaat vaak om schoolgaande kinderen; de mantelzorger die de sondage doet, is niet beschikbaar. Dit zijn vier redenen waarom een thuisverpleegkundige wordt ingeschakeld. De regelgeving van het traject zou nu tijdelijk aangepast worden zodat kinderen onder de 10 jaar, maximum 45 handelingen per maand kunnen genieten en personen van 10 jaar of ouder, maximum 2 handelingen per maand. De stopzetting van het traject zou vlot moeten kunnen verlopen en het aantal toegelaten prestaties voor personen vanaf 10 jaar zou omhoog moeten en dit voor een langere periode bv. 3 maanden. Voorlopig is er nog geen akkoord waardoor een onzekere situatie ontstaat. We adviseren aan patiënten die twijfelen over de autosondage, onmiddellijk beroep te doen op een thuisverpleegkundige waardoor er geen discussie is en ook geen terugvordering en uiteraard is de continuïteit van de behandeling meer gegarandeerd dan in het traject.
Naar aanleiding van de frauduleuze zelfstandige verpleegkundige in West-Vlaanderen, wordt er met man en macht gezocht naar bijkomende controlemiddelen. Nochtans werden in het verleden al heel wat initiatieven genomen. Denken we maar aan de dagboeken, het inlezen van de eID, het afleveren van bewijsstukken, het elektronisch patiëntendossier, de profielencommissie (waarin de bovengrens van de prestaties werd vastgelegd),.. Er zijn voldoende maatregelen. En als deze zouden gevolgd worden dan zou er een sterk handhavingsbeleid zijn. De vraag die zich stelt, is wie is verantwoordelijk voor de opvolging. Eerder dan deze vraag te beantwoorden, gaat men richting nieuwe maatregelen zoals het inschakelen van de federale toezichtcommissie (die de erkenning kan intrekken), het optrekken van de controles op forfaits door de mutualiteiten (terwijl zij betrokken partij zijn!), het efficiënter opvolgen van het plafond, het extra controleren van het inlezen van de eID,.. Op basis van de cijfers die wij konden inzien, blijkt dat het nog altijd over een minderheid gaat die er frauduleuze praktijken op nahoudt (en blijkbaar kent het Riziv deze fraudeurs ook). De pers springt bij de bekendmaking van 1 fraudeur maar al te gretig op het onderwerp en plots lijkt het alsof elke thuisverpleegkundige, tot deze categorie behoort. Het zou dan ook niet meer dan normaal zijn, dat het Riziv de correcte cijfers van de controles vrijgeeft. De vertegenwoordiging van de thuisverpleegkundigen dringen hier ten zeerste op aan.
Ook het invoeren van remgeld (tot op heden niet verplicht) is een instrument tegen fraude. We geven nog even mee dat er 125 miljoen euro werd opgenomen in het begrotingsconclaaf voor de remgeldverhoging. In principe gaat dit in voege vanaf 1 juli 2026. Hoe deze sommen worden toegekend en aan welke zorgen, zal in de loop van het eerste half jaar nog worden uitgewerkt door het Verzekeringscomité.
Ofschoon men al jaren aandringt op een nieuw financieringsbeleid voor de thuisverpleging, komt er weinig schot in de zaak. Er werd al herhaaldelijk een oproep gelanceerd om mee te doen aan het project praktijkfinanciering, maar de kandidaten blijven beperkt. Op zich is dit logisch. Er staat wel een vergoeding tegenover, maar anderzijds vraagt het extra tijd en energie om zich te engageren voor dit pilootproject. En als het op dit ogenblik aan iets ontbreekt, dan is het ‘tijd’. Thuisverpleegkundigen vinden vaak geen (extra) collega waardoor ze zelf meer werken en hierdoor soms hun administratie verwaarlozen. We verwijzen ook nog even naar het artikel Riziv was niet gewapend tegen gangsterisme.
Als het Riziv het niet kan, wie dan wel?
Het Riziv was niet gewapend tegen gangsterisme. Dat waren de woorden van Minister Vandenbroucke toen die op 9 december j.l .ondervraagd werd in de Kamercommissie Gezondheid en dit naar aanleiding van enkele fraudedossiers in de gezondheidszorg. Hij beklemtoonde er dat niet iedereen verdacht wordt, maar dat het Riziv sterkere middelen nodig heeft om de fraude aan te pakken. (Artsenkrant, december 2025)
De minister beklemtoonde wel dat de frauduleuze verpleegkundige uit Houthulst, een uitzondering is en dat de overgrote meerderheid van de zorgverstrekkers correct werkt. Hij gaf wel aan dat de rotte appels eruit moeten en dat hiervoor meer middelen nodig zijn. In het geval van de thuisverpleegkundige, waarbij reeds in 2017 meerdere inbreuken werden vastgesteld, heeft het geduurd tot augustus 2023 omdat alle rechtsmiddelen werden uitgeput (door de verpleegkundige). In de tussentijd kon de verpleegkundige blijven verder werken op dezelfde frauduleuze manier. De minister denkt eraan om de mogelijkheid om een Riziv-nummer te schorsen, te voorzien. Anderzijds zal het jaarlijks aanrekeningplafond voor thuisverpleegkundigen toegepast worden en zal er meer transparantie moeten komen voor patiënten over gefactureerde prestaties. Er komt niet onmiddellijk een limiet op het aantal patiënten per dag maar wel op het maximum facturatiebedrag per jaar namelijk 229.000 euro voor zelfstandige thuisverpleegkundigen en 126.000 euro voor loontrekkende thuisverpleegkundigen. Wanneer de thuisverpleegkundige dit bedrag overschrijdt, zal hij of zij zich moeten verantwoorden en zijn of haar gelijk bewijzen, m.a.w. de bewijslast zal in het kamp van de verpleegkundige liggen. Vanaf 15 januari a.s. krijgen patiënten systematisch een overzicht van de meeste prestaties die op hun naam worden aangerekend (o.a. forfait B) zodat fictieve prestaties via de derdebetalersregeling veel moeilijker onopgemerkt kunnen blijven.
De minister stimuleert de mutualiteiten om meer verantwoordelijkheid te nemen in de controle van de zorgfacturatie met administratieve en inhoudelijke controles. Omdat elke verzekeringsinstelling slechts zicht heeft op de prestaties van de eigen verzekerden, zullen alle facturatiegegevens maandelijks gecentraliseerd worden bij het Intermutualistisch Agentschap waar de DGEC in het kader van concrete onderzoeken gegevens kan opvragen. Er wordt gewerkt aan Dataflow 2.0 dat het Riziv directe en geautomatiseerde toegang moet geven tot een centraal dataplatform. Hiervoor wordt de regelgeving in 2026 uitgewerkt om operationeel te zijn in 2027.
Preventie: geen prioriteit in België
Onlangs gebeurde er een onderzoek dat de preventieve gezondheidsmaatregelen in 18 Europese landen vergelijkt, de Public Health Index (PHI). België bengelt achteraan in het peloton in deze index. Enkel op het vlak van antirookbeleid scoort België goed. (bron: De Artsenkrant, november 2025)
België schenkt weinig aandacht aan wetenschappelijk aanbevolen maatregelen ter bevordering van een gezonde levensstijl. De overheidsmaatregelen op het vlak van tabak, alcohol, voeding en lichaamsbeweging zijn pover ofschoon het anti-tabakbeleid beter scoort. Het zijn deze vier domeinen die beschouwd worden als belangrijke risicofactoren voor de ontwikkeling van vermijdbare niet-overdraagbare ziekten zoals hart- en vaatziekten, kanker, diabetes en obesitas.
Landen als het Verenigd Koninkrijk, Finland en Ierland prijken bovenaan de lijst. Duitsland en Zwitserland eindigen op de laatste twee plaatsen. Maar het is niet omdat ze hoog op de PHI scoren dat de levensverwachting ook hoog is. Groot-Brittannië is daar een voorbeeld van. Maar vaak zijn de hoge ziektelasten in dergelijke landen de reden van de regering om ingrijpende maatregelen te nemen. België scoort op drie van de vier domeinen slecht. Het alcoholbeleid is rampzalig. Noch wat de beschikbaarheid betreft, noch het aanbanden leggen van reclame en het afremmen van de verkoop door een consistent op belastingen gebaseerd prijsbeleid, heeft België een goede reputatie. In Duitsland is een grote meerderheid van de bevolking voorstander van een verhoging van accijnzen op tabak en alcohol die dan gedeeltelijk naar de wettelijke ziekteverzekering vloeien. Ook op het vlak van voeding, scoort België ondermaats. Eén maatregel, een suikertaks op frisdrank, is in ons land van toepassing. De overige maatregelen (belasting op voedingsmiddelen met een hoog suiker-, vet- en/of zoutgehalte, verplichte, intuïtief te begrijpen voedingswaarde-etikettering, beperkingen op reclame voor ongezonde voedingsmiddelen voor kinderen, verplichte kwaliteitsnormen voor schoolmaaltijden) zijn nog altijd niet geïmplementeerd in het beleid. Wat ook te wensen overlaat, is de promotie van fysieke activiteit. De omgeving stimuleren om te wandelen, fietsen, actief te zijn in het dagelijkse leven, zijn maatregelen die België niet toepast. De PHI is een onderzoek dat vanaf nu elke twee jaar gehouden wordt. De volgende editie staat in 2027 op de planning. Hopelijk zijn er in België tegen die periode meer maatregelen die de preventie van de gezondheid stimuleren en wordt het anti-tabaksbeleid ook op de overige terreinen gevolgd. Om enigszins af te sluiten met een positieve noot: België eindigt wel bij de betere landen als het gaat om maatregelen om tabak terug te dringen.
Als de patiënt niet thuisgeeft…
De no-show is niet enkel in de restaurants een probleem. Heel wat mensen vinden het niet nodig om een afspraak te annuleren als deze niet past of niet kan doorgaan. Een patiënt die niet komt opdagen of niet thuis geeft of laattijdig afzegt, zou ook een vergoeding moeten betalen zoals dat ook in de restaurants gebeurt. Mag dit deontologisch?
Voor de thuisverpleegkundigen bestaat er niet onmiddellijk een regelgeving maar als we kijken naar de Raad van de Orde van artsen, kunnen we het volgende concluderen: een boete bij no-show kan deontologisch. De artsen worden evenals de ziekenhuizen nog meer geconfronteerd met patiënten die niet komen opdagen dan de thuisverpleegkundigen. De artsen hebben nu groen licht gekregen om een schadevergoeding te vragen. De patiënt mag afzien van een zorg maar dient ofwel tijdig te verwittigen ofwel een schadevergoeding te betalen. In geval van overmacht kan er geen schadevergoeding geëist worden. Ook de Orde van geneesheren vindt een sensibilisering van de patiënten belangrijk waarin duidelijk gemaakt wordt dat het belangrijk is om gemaakte afspraken na te komen. Patiënten moeten gewezen worden op de nefaste gevolgen van geen of laattijdige annuleringen voor de organisatie van de zorg. Dat geldt ook in de thuisverpleging. Wanneer patiënten hun zorg niet ‘afbellen’, gaat er tijd verloren die nuttig kan besteed worden aan patiënten die wel zorg nodig hebben..